AH-VH

Welke verwikkelingen kunnen zich voordoen bij hemofilie?

Zonder aangepaste behandeling doen zich ingrijpende complicaties voor in de gewrichten. De bloedingen in de gewrichten, zoals de knie of de enkel, die niet behandeld worden, veroorzaken een schade die zeer snel invaliderend wordt gekenmerkt. Deze complicaties zijn typisch voor de ernstige hemofilie, maar zijn vandaag zeer goed onder controle dankzij een therapeutisch traject van regelmatige (dikwijls preventieve) toediening van stollingsfactor.

Een van de meest gevreesde complicaties heden ten dage is de "allergische" reactie op de behandeling van de hemofilie, vooral na de eerste injecties van stollingsfactor: dit noemt men het risico op inhibitoren.

De hemofiliepatiënten kunnen antilichamen ontwikkelen die gericht zijn tegen de stollingsfactor die ze krijgen. Die antilichamen worden "inhibitoren" genoemd. Ongeveer 10 à 30% van de hemofiliepatiënten ontwikkelen dit soort complicatie. In de meeste gevallen, zijn die inhibitoren in gering aantal aanwezig en veroorzaken geen waarneembaar probleem. Patiënten die dit type inhibitor vertonen, worden "zwakke responders" genoemd. Het volstaat een iets grotere dosis stollingsfactor dan normaal te injecteren om de bloeding te voorkomen of onder controle te krijgen.

Een kleiner aantal patiënten ontwikkelt een belangrijk aantal inhibitoren en worden "sterke responders" genoemd. Hun behandeling vereist een zeer attente opvolging. Het kan inderdaad voorkomen dat de bloedingperiodes zeer moeilijk onder controle zijn te houden bij die patiënten. Intussen zijn bepaalde behandeling ontwikkelt om die inhibitoren te elimineren en zo de bloedingperiode onder controle te houden bij patiënten met dit soort complicatie. Het gaat hier over andere stollingsfactoren die de factor VIII of de factor IX gaan kortsluiten (Novo Seven of FEIBA).

U bevindt zich hier: AHVH INFORMATIE Hemofilie A en B Complicaties Welke verwikkelingen kunnen zich voordoen bij hemofilie?